Museum-Header
1-Logo-TuS-Museum-Wiesmoor
Friesenkamer

D

Flagge NL

Torf- und Siedlungsmuseum jetzt auch bei

facebook

Freesenruum

Sparherd

Het beschilderde fornuis (€˛Stangenofen€¯), is als  duidelijke ontwikkeling bij het koken te zien. Waar in het  Kolonistenhuis rond 1900 nog een open kookplek in het woonbereik te  vinden was, was met dit fornuis duidelijk meer als 1-pansgerechten te  bereiden.

Het regelen van de luchtcirculatie gebeurde met een  luchttoevoerklep of door een verstelmogelijkheid van het  rookafvoerkanaal. Hiermee kon men de hitte reguleren. Een groot voordeel was de oven waarmee men ook eten warm kon houden. Het was hierdoor  mogelijk om meerdere gerechten tegelijkertijd te koken of te braden.  Hiermee veranderde ook de eetgewoontes, ontstonden er nieuwe kookboeken  en de werden de gerechten verfijnd. De grote trots van een huisvrouw  was dan ook het glanzend geboende fornuis, wat dagelijks met zand en as  gebeurde.

Als brandstof werd gebruik gemaakt van turf. Voor de  nacht werd een briket in een natte krant gewikkeld, waardoor de hitte  tot de volgende morgen behouden werd.

Op het formuis staat het  volgende recept te lezen: 1 pond meel, 8 eieren, 1/2 pond boter, 2 l melk en 2 stukken gist.

“Deerns un Musen maken kale Husen” - Hochzeit in  Ostfriesland Quelle: Lüpkes, Wiard: Ostfriesische Volkskunde, Emden  1925.

Trauzimmer

In deze ruimte worden sinds 1998 huwelijken gesloten. Vandaag de  dag is het een 'witte droom', maar dit was niet altijd zo. Op het land  en bij burgers en arbeiders heeft zich een witte trouwjurk pas na  1920/1930 voorgedaan. Tot dat moment droeg de bruid een zwarte jurk, dat na de bruiloft bij andere feestelijke gelegenheden of in geval van rouw gedragen kon worden. Bij het huwelijk werd bij de zwarte jurk nog een  witte sluier gedragen.

Hochzeit_1

In Ostfriesland werd in de maand mei  getrouwd. In de 20ste eeuw ging een 'huwelijkslikeur' door het dorp om  het huwelijk in te luiden. De 'huwelijkslikeur' ging met een vrolijk  versierde staf 'een zwaluwstaart', rond met de uitnodiging: €˛Ji schalen  Saterdag in [Name der Brauteltern] sien Huus kamen un kiken in de  Bruutkiste. (Jullie dienen zaterdag in [Naam ouders van de bruid] hun  huis te komen en in de bruidskist te bekijken). Met de bruidskist werd  hierbij de uitzet bedoeld. Gevierd werd er op zaterdag, zodat er niet  teveel van de werktijd verloren ging.

Op de avond voor het  huwelijk werd door de vrijgezelle jongens een erenboog van dennentakken  gemaakt, welke door de vrijgezelle meisjes van papieren bloemen voorzien werd. De erenboog werd voor het ouderlijk huis van de bruid opgesteld.  Het maken van een krans en de 'polterabend' zijn ook vandaag de dag nog  onderdeel van een huwelijk.

De in het museum getoonde  klederdracht van Anna Gerhardine Heyen (28.03.1880-20.04.1938) is ook  zeker haar trouwjurk geweest. In de 'friesenkamer' is het meubulair van  de dorpsleraar Hinrich Freese uit Poghausen uitgesteld. Die komt overeen met de tijdgeest van ca 1930er. De 'kerkklederdracht' is een schenking  van Anne Flecht uit Filsum.