Museum-Header
1-Logo-TuS-Museum-Wiesmoor
Kolonistenhuis

D

Flagge NL

Torf- und Siedlungsmuseum jetzt auch bei

facebook

Het Kolonistenhuis

Kolonistenhaus-1

Dit gebouw, het kolonistenhuis, is de  opvolger van de eenvoudige turfhut. Het is van de maat uit een klein  huis, zoals bijvoorbeeld een kleine boerderij. De Ostfriese boerderij is een combinatie van wonen en werken. De benaming voor zo een boerderij  is een 'Gulfhaus' en de de 'Gulf' is een vrije ruimte tussen de 4  staanders van het huis. Het woonhuis is niet zo breed als het  boerderijgedeelte, dit is, zoals bij dit soort huizen normaal is,  duidelijk smaller. Het ontstaan van dit gebouw ligt rond het jaar 1900. Het kolonistenhuis is in 1988 door het 'Torf- und Siedlungsmuseum'  nagebouwd.

Butzen

Wij bevinden ons hier in de leefruimte van een  kolonistenhuis van rond 1900. In deze ruimte leeft de hele familie;  vader, moeder en meerdere kinderen.

In de regel  was een woning uitgerust met twee bedstedes, ook wel Alkoven in het  Duits of Butzen in het Platduits genoemd. De bedstedes zijn niet groot en de mensen moeten rond het jaar 1900 dan ook kleiner geweest zijn als  heden ten dage het geval is. De grootte van de bedstee had echter ook te maken met de slaaphouding van destijds, de mensen sliepen meer zittend  als liggend met een dik kussen aan het hoofdeind. De kleine ruimte gaf  echter een optimale bescherming tegen kou. Onder het bed was nog genoeg  ruimte om voorraden op te slaan.

Snel lag ik in mijn bedstee op het stro en probeerde te slapen. (...) onder mij ritselen de muizen, op zoek naar tarwekorrels of een nest in het stro gebouwd hadden. Soms  piepten ze in hun hol, maar dat stoorde mij niet.€¯
Bron: Jan van Dieken: Der Moorschulmeister. “Die Leuchtboje”€¯, Heft 2, 1955

Stovchen

Om de voeten te warmen werd een stoof gebruikt, een houten kist met een opening waar kolen in kunnen. De vrouw des huizes gebruikte de stoof ook bij het spinnen van wol. Foto: E. Bengen

Bohnen

Aan het plafond hangen zogenaamde “Updrögt Bohnen”€¯. Een zogenaamde  'Eintopf' met deze bonen is een typisch Ostfries gerecht. De  €”Ostfriesische Speckbohne”€¯, een lange bonensoort met dik omhulsel is hiervoor de juiste soort.

De bonen worden van de draden ontdaan  en aan een “€¯Bontjeband”€¯, een dunne draad, geregen. Vervolgens werden de  bonen meerdere weken te drogen gehangen.

Deze werkwijze is buiten Ostfriesland nog in de Nederlandse provincies Groningen en Friesland te vinden.

Updrögt-Bohnen-Eintopf

Ingredienten: 500 g Bonen, 750 g gedroogd spek, 2 metworsten, 1/2 -3/4 l water, 500 g aardappelen, zout, wat peper

De bonen dienen grondig gewassen worden en met een schaar in ca 2 cm lange  stukken geknipt worden. Zet de bonen vervolgens weg om een nacht te  weken. De volgende dag kunnen de bonen in schoon water ca 20  minuten gekook worden, vervolgens afspelen met koud water en nogmaals  wassen. Kook vervolgens gedurende 2 uur de bonen met het spek langzaam  door, voeg in het laatste half uur de metworst en de aardappelen toe.  Als alles gaar is worden het geheel doorgestampt en met zout en peper op smaak gebracht.

Bron: Das Kochbuch aus Ostfriesland, 1975.

Karnplek met pompplek

Karne

De Karnstee€¯ (de melkkamer) werd gebruikt voor het maken van boter en kaas.

Het maken van boter gebeurde met behulp van een botervat.

 

In de hoek bevindt zich een pomp, waarmee het water uit de 'regenbak'  gepompt wordt. In tegenstelling tot bronwater was de kwaliteit van het  opgevangen regenwater relatief goed. De opvolger van de regenwaterbak is de regenton. De regenwaterbak was echter relatief gunstig en dit werd  nog makkelijker gemaakt door de voorgefabriceerde betonbuizen.

Omdat er van strodaken veel vuil meespoelde, werden er steeds meer huizen gebouwd met pannendaken.

Hier zien we een aantal gebruiksvoorwerken. De fiets, geschikt voor  melkbussen, met carbiedlamp.De gevulde melkbussen diende 's ochtends aan de straat (verzamelplek) gebracht te worden, alwaar ze door de melkerij met paard en wagen afgehaald werden. 's Middags werden de melkbussen  weer leeg teruggebracht. Ze werden daarna schoongespoeld en op een  houten rek -Rackje- te drogen gezet.

Platduitse uitdrukkingen voor een aantal gebruiksvoorwerpen:

IJzeren pomp

Isdern Pump

IJzeren pan  

Isdern Kokpott

Melkbus 

Melkbumm

Melkzeef   

Teems

Fiets voor transport melkbussen 

Melkrad

Plaats om boter te maken 

Karnstee

Boter maken  

karnen

Botermachine  

Karnmöhlen

Klein eetgerei  

Aker

Aker mok  

Drinkbummke

Aardappelschillenmand

Tuffelschillkörvke

Aardappelschilmesje 

Tuffelschiller

Stoffer   

Böhner

Wasbord  

Waskestamper

Zinken emmer  

Waskebalje

Juk

Melkjück

Stallantaarn  

Schienfatt



Met de 'Schnippelbohnenmaschine' worden in Ostfriesland een bijzondere  bonensoort, namelijk “€¯Padleges”€¯ bewerkt. Deze bonensoort komt van  oorsprong uit Ostfriesland. Ze hebben een breed, vleesig omhulsel waar  maar weinig bonen inzitten en traditiegetrouw aan  Schnippelbohnenkwekerijen toevertrouwd werden.